Graszoden leggen, plaatsen of ophalen.

Onkruid

Onkruid

In grasvelden kunnen kruiden voorkomen. Of deze kruiden ongewenst zijn, heeft met de functie van het veld te maken. Zo kan het voorkomen van kruiden op een recreatieterrein vanuit esthetisch oogpunt aantrekkelijk zijn, terwijl hetzelfde kruid op een sportveld ongewenst is. Met name op de velden die resistent tegen betreding moeten zijn, zijn kruiden ongewenst. Kruiden hebben vaak een aan het maaien aangepaste groeivorm. De platte rozetvorm verdringt het gras en na het verwijderen van de onkruiden ontstaan open plekken. Daarnaast kunnen onkruiden het spel nadelig beïnvloeden. Het beheer en onderhoud van grasvelden moet gericht zijn op het behouden van een gesloten grasmat met de gewenste grassoorten. Onkruiden hebben dan weinig of geen mogelijkheden om zich te vestigen. Een gesloten grasmat wordt verkregen door het creëren van optimale groeiplaatsomstandigheden voor de gewenste grassen. Verder wordt een sterke concurrentiepositie van de gewenste grassen bevorderd, ten opzichte van die van de ongewenste kruiden, door de grasmat goed te onderhouden.

De meest voorkomende kruiden op het grasveld zijn:

  • paardenbloem
  • madeliefje
  • grote en smalle weegbree
  • varkensgras
  • draadere- en veldereprijs
  • scherpe en kruipende boterbloem
  • vogelmuur
  • witte klaver

Soorten

Voor iedere soort geldt dat onder bepaalde groeiplaatsomstandigheden de concurrentiepositie ten opzichte van de aanwezige grassen het sterkst is. Grote weegbree en varkensgras vestigen zich bijvoorbeeld op sterk verdichte bodems. Draadereprijs prefereert vochtige en voedselrijke omstandigheden. De kruipende boterbloem groeit goed op vochtige bodems. De concurrentiepositie van witte klaver wordt sterker als de stikstofvoorziening minder wordt. Vogelmuur groeit het beste op bewerkte, bemeste en vochthoudende gronden. Deze soort is in de aanlegfase van het gasveld een lastig onkruid.

De bestrijding van onkruid kan het beste geschieden door het verbeteren van de groeiplaatsomstandigheden voor de gewenste grassen. Een goede aanleg en een goed beheer en onderhoud zijn de basis, in enkele gevallen kan een chemische onkruidbestrijding een aanvullende oplossing bieden. Onkruidbestrijding mag geen vaste vorm van onderhoud op een grasveld zijn en moet alleen bij echte noodzaak worden toegepast. Chemische onkruidbestrijding moet aan deskundigen worden overgelaten. Deze deskundigen moeten beschikken over een spuitlicentie en moeten met gecertificeerde apparatuur werken. Een chemische onkruidbestrijding kan het beste vooraf of bij aanvang van het grote onderhoud worden uitgevoerd.

Jaarlijkse verjongingskuur

September is een geschikte maand om het gazon een grote beurt te geven. Dode of slappe pollen, rottend maaisel en afval moet krachtig worden weg geharkt. Dit zorgt ervoor dat er weer voldoende lucht, regenwater en meststoffen bij de wortels kunnen komen. Aangetrapte grasvelden kunnen opgefrist worden door te prikken, daardoor kan de lucht en het vocht tot de diepste wortels doordringen zodat deze zich beter ontwikkelen. U kunt prikken met een eenvoudige riek, maar er zijn ook grote machines in de handel. Het belangrijkste is dat er minstens 8 cm diep gestoken wordt. Op zware kleigrond moet een vork met holle tanden worden gebruikt. Deze trekt als een appelboor kleine pijpjes aarde uit de grond, die u later weg harkt. Over een gazon op kleigrond strooit u dan een nieuwe laag op basis van zand dat u in de gaten veegt. Dit mengsel bestaat uit gezeefde bladaarde of turfmolm, vermengd met zand. Op zware kleigrond moet het aandeel zand groter zijn dan op lichte grond waar meer organisch materiaal gebruikt wordt. De bovenlaag wordt toegediend in hoeveelheden van 4 á 6 kg/m² en het materiaal wordt degelijk in het gras geveegd met de achterkant van een hark. Wordt de laag te zwaar, dan kan bij fijn gras het onkruid de overhand krijgen.

Hobbels en kuilen moeten in het begin van de winter aangepakt worden door de zoden te rollen en daarna zoveel aarde weg te nemen of bij te vullen als nodig is, waarna u de zoden weer voorzichtig op hun plaats legt. De randen worden bijgehouden met een halvemaanvormige kantensteker die langs een plank het gras afsteekt. Na verloop van tijd kan het gazon enigszins krimpen. Dit kan worden opgelost door een strook graszoden te steken van 30 cm breed waarmee u een nieuwe rand legt. De vrijgekomen open ruimte zaait u dan opnieuw in.

Onkruid

Een groot aantal verschillende soorten wilde planten kunnen op gazons als lastig worden ervaren. Ze kunnen stuk voor stuk worden uitgestoken of worden verdelgd met een bestrijdingsmiddel.

Verzorgen van een pas aangelegd gazon

Sproei het nieuwe gazon regelmatig zodat het goed wortelt en niet krimpt. Als dit toch het geval is, vul dan de opengevallen voegen met aarde of een mengsel van zand en turf. De messen van de grasmaaier worden voor de eerste maaibeurt zo hoog mogelijk ingesteld, daarna steeds iets lager tot ze na een paar weken op de goede hoogte zitten.




Inloggen